Periodic Table of Arguments

The building blocks of persuasive discourse

Alfa Kwadrant

Binnen het theoretisch raamwerk van het Periodiek Systeem der Argumenten wordt ervan uitgegaan dat een argument uit twee uitspraken bestaat, een premisse en een conclusie, die elk een subject en een predicaat bevatten. Het Alfa Kwadrant van het Periodiek Systeem der Argumenten bevat alle zogenoemde eerste-orde predicaatargumenten. De conclusie en de premisse van dergelijke argumenten hebben hetzelfde subject (a) en een verschillend predicaat (en Y), hetgeen betekent dat ze de volgende vorm aannemen:

a is X, want a is Y

Een voorbeeld is The suspect was driving fast, because he left a long trace of rubber on the road, dat genormaliseerd kan worden als The suspect (a) was driving fast (X), because [the suspect] (a) left a long trace of rubber on the road (Y).

Binnen elk kwadrant worden de verschillende argumenten nader van elkaar onderscheiden door te bepalen welke typen uitspraken ze bevatten. Door de conclusie en de premisse te labelen als een feitelijke uitspraak (F), waarderende uitspraak (V) of beleidsuitspraak (P), kan elk argument worden gekarakteriseerd als een specifieke combinatie van uitspraken. Het hierboven genoemde argument heeft een feitelijke uitspraak als conclusie en een andere feitelijke uitspraak als premise, waardoor het met de systematische naam ‘1 pre FF’ kan worden aangeduid (eerste-orde predicaat argument met de combinatie feit en feit).

De werking van argumenten is gebaseerd op de aanwezigheid van een gemeenschappelijke term – het ‘steunpunt’ van het argument – en op het bestaan van een verband tussen de niet-gemeenschappelijke termen – de ‘hefboom’ van het argument (zie Wagemans, 2019). Zoals afgebeeld in Figuur 1, hebben eerste-orde predicaatargumenten subject a als steunpunt en het verband tussen de predicaten Y en X als hefboom.

Schermafdruk 2019-05-11 17.44.28

Figuur 1. Conceptuele representatie van een eerste-orde predicaatargument

Bij het genoemde voorbeeld is de hefboom de relatie tussen left a long trace of rubber on the road en was driving fast. Aangezien het eerste een effect van het laatste is, kan het argument als het effect-argument worden aangeduid.

Andere voorbeelden van argumenten binnen dit kwadrant zijn:

Schermafdruk 2018-03-19 21.02.23het teken-argument ondersteunt een feit (F) met een ander feit (F)

Schermafdruk 2018-03-19 21.02.35

het criterium-argument ondersteunt een waarde (V) met een feit (F)

 

 

Schermafdruk 2018-03-19 21.02.53het pragmatisch argument ondersteunt een beleid (P) met een feit (F)

Schermafdruk 2018-03-19 21.03.06

het evaluatie-argument ondersteunt een beleid (P) met een waarde (V)